Haar vlechten: zo maak je 4 populaire vlechten stap voor stap

Haar vlechten is een techniek waarbij je drie of meer strengen haar om elkaar heen wikkelt om een gevlochten patroon te maken. Of je nu gaat voor een simpele gewone vlecht of een uitgebreidere visgraatvlecht: met de juiste stappen lukt het ook als je er nog nooit eerder mee hebt geoefend. In dit artikel lees je hoe je vier veelgebruikte vlechtsoorten zelf maakt.

De gewone vlecht: de basis van haar vlechten

De gewone vlecht is het startpunt voor bijna alles. Je verdeelt je haar in drie gelijke strengen. Daarna leg je de linkerstreng over de middelste streng, zodat die linkerstreng nu het midden wordt. Dan leg je de rechterstreng over de nieuwe middelste streng. Dit herhaal je totdat je aan het puntje van je haar bent, en je sluit af met een elastiekje.

Tip: hoe strakker je trekt bij elke overslag, hoe strakker de vlecht. Wil je een luchtiger, boho-achtig resultaat? Trek dan iets minder strak en trek de vlecht daarna voorzichtig een beetje uit elkaar door aan de zijkanten te trekken.

De visgraatvlecht

De visgraatvlecht ziet er ingewikkeld uit, maar is eigenlijk een kwestie van geduld. Je verdeelt je haar in twee gelijke helften in plaats van drie. Van de buitenkant van de linkerhelft pak je een dunne streng haar en leg je die over naar de rechterhelft. Dan doe je hetzelfde van rechts naar links. Dit patroon van kleine strengetjes geeft de vlecht zijn kenmerkende visgraatstructuur.

Hoe dunner de strengetjes die je steeds pakt, hoe mooier en fijner het eindresultaat. Werk je met dikkere plukken, dan gaat het sneller maar oogt het grover. Voor dagelijks gebruik is een middelmatige dikte praktisch.

De invlecht (Franse vlecht)

De invlecht, ook wel Franse vlecht genoemd, is een gevlochten stijl waarbij je steeds nieuwe strengen haar van je hoofd toevoegt. Je begint bovenaan je hoofd met drie kleine strengen. Bij elke overslag voeg je aan de buitenste streng een extra pluk haar toe vanuit de zijkant van je hoofd. Zo vlechten het haar van boven naar beneden in de vlecht.

Het verschil met een gewone vlecht is dat de invlecht plat tegen je hoofd ligt. Dat maakt het een ideaal kapsel voor sport, want er valt weinig los. Wel vraagt deze techniek wat meer oefening: het helpt om in eerste instantie voor een spiegel te oefenen, zodat je kunt zien wat je handen doen.

De uitvlecht (Dutch braid)

De uitvlecht lijkt op de invlecht, maar dan omgekeerd. In plaats van de buitenste streng over de middelste te leggen, leg je hem er juist onder. Hierdoor komt de vlecht als een ribbel boven op het haar uit te staan in plaats van erin verzonken te liggen. Dit geeft een driedimensionaal, opvallend effect.

De uitvlecht is populair als je een vlecht wilt die echt opvalt. Twee uitvlechten naast elkaar, die je op je nek samenvoegt, geven het bekende “boxer braids”-effect dat je veel terugziet bij sport en festivals.

Handige tips voor een beter resultaat

  • Begin met licht vochtig haar. Droog haar glijdt gemakkelijker weg, waardoor de vlecht minder goed blijft zitten. Een lichte mist water of een texturerende spray helpt.
  • Gebruik een borstelvlecht of kam om je haar goed door te halen voor je begint. Klitten zorgen voor ongelijke strengen.
  • Oefen eerst los. Leg een vlecht in een stuk touw of een pop voordat je het op je eigen haar doet. Zo leren je handen de beweging.
  • Sluit altijd af met een stevig elastiekje. Dunne elastiekjes breken sneller en zorgen ervoor dat de vlecht losraakt.
  • Trek de vlecht voorzichtig los door het elastiekje weg te knippen in plaats van het er af te trekken, zodat je haar niet breekt.

Het mooie van haar vlechten is dat je er eindeloos mee kunt variëren. Begin met de gewone vlecht om de basisbeweging in de vingers te krijgen, en werk dan stap voor stap naar de invlecht of uitvlecht toe. Met wat oefening maak je ook de visgraatvlecht binnen een paar minuten, en heb je vier vlechtsoorten in huis voor elk moment van de dag.