Breien: alles wat je moet weten om te beginnen en beter te worden

Breien is een handwerktechniek waarbij je met twee of meer naalden en garen lussen door elkaar haalt om een stof te maken. Of je nu een sjaal, een trui of een muts wilt maken: breien is te leren op elke leeftijd, van kinderen tot volwassenen. In dit artikel lees je alles over de basis, de materialen, de meest gebruikte steken en handige tips om snel vooruit te komen.

Wat is breien precies?

Bij breien maak je rijen van lusjes, ook wel steken genoemd, die met elkaar verbonden zijn. De stof die je zo maakt heet breiwerk. Doordat de lussen in elkaar haken, is breiwerk van nature wat rekbaar, anders dan geweven stof. Dat maakt het ideaal voor kleding die mee moet bewegen, zoals sokken, truien en mutsen.

Breien verschilt van haken. Bij haken gebruik je één haaknaald en maak je telkens één steek af voordat je verdergaat. Bij breien houd je alle steken tegelijk op de naald en werk je ze in één beweging door. Beide technieken geven een ander eindresultaat en vragen een eigen aanpak.

Wat heb je nodig om te beginnen met breien?

Je hebt maar twee dingen nodig om te starten: breinaalden en garen. Toch zijn er een paar keuzes die het begin makkelijker of juist lastiger maken.

  • Breinaalden: Begin met naalden van dikte 5 of 6 mm. Deze zijn dik genoeg om goed te zien wat je doet, en dunne naalden zijn voor beginners lastig te hanteren. Bamboe- of houten naalden glijden minder snel weg dan metalen naalden, wat prettig is als je net leert breien.
  • Garen: Kies een glad, licht garen in een duidelijke kleur. Donker of ruw garen maakt het moeilijk om je steken te zien. Een dikte van 100 gram per 200 meter (ook wel “DK” of “worsted weight”) past goed bij naalden van 4 tot 6 mm.
  • Schaartje en naald met grote opening: Voor het wegwerken van de draadeinden heb je een naald nodig waarbij je het garen door het oog kunt rijgen.

Steken opzetten: zo begin je een breiwerk

Voordat je kunt breien, zet je eerst steken op. Dit is de beginrij waarop al het andere verder gebouwd wordt. Een veelgebruikte methode voor beginners is de duimopzet, ook wel long tail cast on genoemd. Hierbij maak je een lus om je duim en haak je met de naald een nieuwe steek op. Dit gaat snel en geeft een mooie, rekbare rand.

Zo doe je de duimopzet stap voor stap:

  • Laat een stukje garen vrij (reken ongeveer 1 cm per steek die je wilt opzetten).
  • Maak een beginlus (ook wel slip knot) en zet die op de naald.
  • Leg het vrije uiteinde om je duim en de lange draad om je wijsvinger.
  • Steek de naald omhoog door de lus om je duim.
  • Haal de draad van je wijsvinger door die lus heen.
  • Trek je duim weg en span de steek aan door aan de draad te trekken.
  • Herhaal tot je het gewenste aantal steken hebt.

Er zijn ook andere opzetmethoden, zoals de gewone lus-opzet of de kabelopzet. De duimopzet is echter de meest veelzijdige voor beginners omdat hij strak maar toch rekbaar is.

De twee basissteken: recht en averecht

Vrijwel al het breiwerk is opgebouwd uit twee steken: de rechte steek en de averechtse steek. Beheers je die twee, dan kun je al een heleboel projecten maken.

De rechte steek maak je door de naald van links naar rechts door een steek te steken, de draad over de naald te halen en die lus door de steek te trekken. De oude steek laat je van de naald glijden.

De averechtse steek gaat andersom: de naald steek je van rechts naar links door de steek, aan de voorkant. Dan haal je de draad over en trek je de lus naar voren door de steek.

Als je elke rij afwisselend recht en averecht breit, noem je dat ribbelsteek of tricot. Brei je elke rij alleen recht, dan krijg je boordsteek (ook bekend als garter stitch). Dit zijn de twee meest basale patronen en de eerste dingen die je leert als beginner.

Afknipen en afwerken

Als je klaar bent met breien, haal je de steken op een gecontroleerde manier van de naald. Dit heet afknipen of ketelen. Je breit twee steken, haalt de eerste steek over de tweede heen, breit dan een derde steek en haalt de tweede over de derde heen, enzovoort. Zo voorkom je dat je breiwerk gaat rafelen of uitrolt.

Daarna werk je de losse draadeinden weg door ze met een grote naald een paar centimeter door het breiwerk te rijgen. Knip het overschot af. Een goed afgewerkt eindresultaat begint bij netjes weggewerkte eindjes.

Veelgemaakte fouten bij beginners

Een aantal dingen gaat bij beginners bijna altijd mis. Als je die fouten kent, kun je ze makkelijker voorkomen.

  • Te strak breien: Veel beginners breien veel te strak, waardoor de naalden nauwelijks door de steken passen. Probeer bewust losser te breien of gebruik naalden die een halve maat dikker zijn.
  • Steken laten vallen: Als een steek van de naald glijdt, kun je hem oppikken met de naaldpunt. Laat je meerdere steken vallen, dan kan breiwerk loskomen. Controleer na elke rij of je nog het juiste aantal steken hebt.
  • Extra steken aanbreien: Beginners breien soms per ongeluk een steek extra, doordat ze de draad over de naald halen zonder dat dat de bedoeling is. Tel je steken regelmatig.
  • Garen splitsen: Als je naald in het midden van een garen prik in plaats van door een steek, splitst het garen en wordt de steek dubbel. Controleer of je echt door de lus steekt.

Van eenvoudig naar moeilijker: wat kun je breien als beginner?

Begin altijd met een plat, rechthoekig project. Een sjaal of een vaatdoek is perfect: geen afnemingen, geen toenames, geen ingewikkeld patroon. Als dat lukt, kun je overstappen op een project met vormgeving, zoals een muts waarbij je steken afneemt om de bovenkant te sluiten.

Daarna komen sokken, truien en kledingstukken met maten en patroonwissels. Die vragen iets meer geduld en aandacht voor telwerk, maar zijn met de basissteken goed te doen zodra je die onder de knie hebt.

Breipatronen lezen

Een breipatroon geeft aan hoeveel steken je opzet, welke steken je breit en hoe je het stuk vormt. Patronen gebruiken afkortingen: “r” staat voor rechts, “av” voor averechts, “sl” voor slip (een steek die je zonder te breien overplaatst). Engelstalige patronen zijn de meest gangbare online en gebruiken “k” voor knit (rechts) en “p” voor purl (averechts).

Een patroon vermeldt ook de spanningsmaat: het aantal steken en rijen per 10 x 10 cm. Dit verschilt per persoon en per garen. Maak altijd eerst een proeflapje voordat je aan een groot project begint, zodat je zeker weet dat jouw werk overeenkomt met het patroon.

Veelgestelde vragen over breien

Hoe lang duurt het om te leren breien?
De basissteken zijn in een middag te leren. Na een paar uur oefenen kun je al een simpele sjaal maken. Meer geavanceerde technieken