Stokje haken: zo maak je deze basissteek stap voor stap
Een stokje haken is een van de meest gebruikte haaksteken in de haakwereld. Het stokje geeft een open, luchtig weefsel en is de basis voor tientallen haakpatronen, van dekentjes tot tassen. Zodra je deze steek beheerst, opent zich een wereld aan haakprojecten.
Wat je nodig hebt voordat je begint
Je hebt maar twee dingen nodig: een haaknaaldje en garen. Voor beginners werkt een dikker garen (dikte 3 of 4, ook wel worsted of DK-garen) het prettigst, omdat je de steken beter kunt zien. Kies een haaknaald die past bij de garensuggestie op het label, vaak een naald van 4 tot 5 mm. Steek het garen goed vast met een beginlus voordat je aan je luchtsteekjesrij (de ketting) begint.
Stokje haken: de stap-voor-stap uitleg
Hieronder vind je de steek uitgelegd per stap. Oefen elke stap rustig voordat je doorgaat naar de volgende.
- Stap 1: Maak een rij luchtsteekjes. Dit is je beginrij, ook wel ketting genoemd. Maak er zoveel als je patroon aangeeft, of oefen met een rij van tien luchtsteekjes.
- Stap 2: Haak 3 ketensteekjes (luchtsteekjes) extra. Deze drie steken vervangen het eerste stokje van de rij. Ze geven het stokje de juiste hoogte.
- Stap 3: Sla het garen om de naald. Leg het garen van achter naar voren over de haaknaald. Dit heet een omslag.
- Stap 4: Steek de naald in de vierde luchtsteek vanaf de naald. Tel drie steekjes terug en steek je naald van voren naar achteren door die luchtsteek.
- Stap 5: Haal garen door de luchtsteek. Sla het garen opnieuw om de naald en trek het door de luchtsteek. Je hebt nu drie lussen op je naald.
- Stap 6: Haal garen door de eerste twee lussen. Sla het garen om de naald en trek het door de eerste twee lussen. Je houdt twee lussen over.
- Stap 7: Haal garen door de laatste twee lussen. Sla het garen nogmaals om en trek het door die twee lussen. Je hebt nu één lus over: het stokje is klaar.
- Herhaal stap 3 tot en met 7 in elke volgende luchtsteek van je ketting.
Veelgemaakte fouten bij het stokje haken
Een veelgemaakte fout is vergeten de omslag te maken vóór je de naald in de steek steekt. Zonder omslag maak je per ongeluk een halve vaste of een vaste steek, die veel lager is dan een stokje. Tel na elke rij je steken: als het er meer of minder zijn dan je begon, ben je ergens een steek vergeten of twee steken samengevoegd.
Een andere valkuil is de draai te strak te trekken. Haak je stokjes luchtig af, zodat de steken soepel over de naald glijden. Te strak werken maakt je haakwerk krom en moeilijk te vervolgen.
Hoogte van het stokje vergeleken met andere steken
Het stokje is hoger dan een vaste steek (1 ketensteek als keersteken) en een halve vaste steek (2 ketensteekjes als keersteken). Dat maakt het stokje sneller voor grote projecten. Voor een stokje tel je altijd 3 ketensteekjes als keersteken aan het begin van een nieuwe rij. Bij een dubbel stokje, dat nog hoger is, sla je het garen twee keer om en gebruik je 4 ketensteekjes als keersteken.
Waarvoor gebruik je het stokje?
Het stokje haken is de basis voor granny squares, frisse zomertruien, gehaakte tassen, omslagdoeken en baby-dekentjes. Door meerdere stokjes te combineren of te groeperen ontstaan waaiertjes (fan stitch) en andere decoratieve steken. Vrijwel elk haakpatroon voor gevorderden bouwt voort op het stokje.
Oefen de steek eerst met een klein lapje van twintig steken breed en vijf rijen hoog. Zo zie je snel of je de bewegingen goed onder de knie hebt, zonder dat je veel tijd kwijt bent aan een groot project. Zodra het stokje soepel gaat, kun je elke patroonbeschrijving met “st” of “stk” direct aan de slag.
Haken: alles wat je moet weten om te beginnen en verder te groeien
Breien: alles wat je moet weten om te beginnen en beter te worden
Knutselen: alles wat je moet weten om creatief aan de slag te gaan