Valse patentsteek breien: zo doe je het stap voor stap

Valse patentsteek breien geeft je een dik, elastisch ribpatroon dat eruitziet als echte patentsteek, maar een stuk sneller gaat. In plaats van steken inbreien, werk je met een combinatie van rechte steken en omgeslagen steken (ook wel “omslag breien” of “slipsteken” genoemd). Het resultaat is een zacht, luchtig breiwerk dat perfect is voor sjaals, mutsen en truien.

Wat is het verschil tussen valse patentsteek en echte patentsteek?

Bij echte patentsteek brei je steken telkens dubbel in, waardoor het breiwerk zeer dik en volledig symmetrisch wordt. Dat is prachtig, maar ook tijdrovend. De valse patentsteek bootst dit effect na met een eenvoudigere techniek: je werkt afwisselend met een rechte steek en een omslag, gecombineerd met een afgegleden steek (slipsteek). Hierdoor krijg je dezelfde lokkende ribbelstructuur, maar brei je twee keer zo snel. Het breiwerk is iets minder dik dan echte patentsteek, maar wel vergelijkbaar elastisch en optisch bijna identiek.

Wat heb je nodig?

Om te beginnen met valse patentsteek heb je het volgende nodig:

  • Breipennen in de dikte die bij je garen past (check het bolletje voor de aanbevolen pennenmaat)
  • Een gladde, licht gespinde wol of acrylgaren in een niet te dun gewicht (bijv. DK of Aran weight werkt prettig)
  • Een even aantal steken, want het patroon werkt op veelvouden van 2

Kies je voor een sjaal, cast dan voor een volwassene iets tussen de 20 en 30 steken op, afhankelijk van de gewenste breedte. Bij een muts werk je rondom en houd je rekening met het aantal steken dat past voor de omtrek van je hoofd (meestal tussen de 80 en 120 steken op naalden van 4 tot 5 mm).

Valse patentsteek breien: het basispatroon stap voor stap

Het patroon bestaat uit twee rijen die je steeds herhaalt. Hieronder zie je hoe het werkt op een even aantal steken:

Aanslaan: Sla een even aantal steken aan. Begin met een paar rijen ribbelsteek (1 recht, 1 averecht) om een nette rand te krijgen, of ga meteen aan de slag met het patroon.

Rij 1:

  • *Omslag (breng de draad over de pen naar voren), schuif de volgende steek af zonder hem te breien (slipsteek)
  • Brei de volgende steek recht*
  • Herhaal dit van * tot * tot het einde van de rij

Rij 2:

  • *Brei de omslag en de afgeschoven steek samen recht (dit zijn er nu twee op je pen)
  • Omslag, schuif de volgende steek af zonder te breien*
  • Herhaal tot het einde van de rij

Herhaal rij 1 en rij 2 totdat je breiwerk de gewenste lengte heeft. Sluit af met een rekbare manier van afkanten, zoals de elastische afkantmethode, zodat het breiwerk zijn stretchkwaliteit behoudt.

Veelgemaakte fouten bij valse patentsteek

Een fout die beginners vaak maken is de omslag vergeten vóór de slipsteek. Doe je dat, dan verdwijnt het ribbeleffect en krijg je een vlakker breiwerk. Controleer na elke rij even of het aantal steken op je pen gelijk is gebleven, want bij valse patentsteek tellen de omslag en de slipsteek samen als één werksteek.

Nog een valkuil is te strak breien. Valse patentsteek heeft ruimte nodig om het elastische effect te tonen. Brei je met strakke steken, probeer dan een maat grotere pen dan normaal. Zo geef je het patroon de ruimte om mooi uit te komen.

Tot slot: draai de omslag altijd van voren naar achteren over de pen. Leg je hem andersom, dan krijg je een gedraaide steek in de volgende rij, wat zorgt voor een minder regelmatig patroon.

Waarvoor gebruik je valse patentsteek?

Valse patentsteek is ideaal voor projecten waarbij je een mooi ribbeleffect wilt zonder te lang bezig te zijn. Klassieke toepassingen zijn sjaals, cowls (rondom gebreide sjaals), mutsen en manchetten. Ook de boord van een trui of vest brei je ermee, al wordt die dan iets minder elastisch dan met echte patentsteek. Wil je een project waarbij beide kanten mooi afgewerkt moeten zijn, houd dan rekening dat valse patentsteek een “goede” en een “verkeerde” kant heeft, in tegenstelling tot echte patentsteek die aan beide zijden identiek oogt.

Met een beetje oefening gaat valse patentsteek breien snel en vanzelf. Na twee of drie rijen heb je het ritme te pakken en zie je het patroon groeien. Het is een van de fijnste technieken voor wie van een snel resultaat houdt met een professionele uitstraling.