Mandala haken: zo maak je een mooie ronde hanger stap voor stap

Mandala haken is het maken van een ronde, symmetrische figuur met een haaknaald en garen, opgebouwd vanuit een klein middelpunt naar steeds grotere ronden toe. Het resultaat is een decoratieve schijf die je aan de muur kunt hangen, als onderzetter kunt gebruiken of kunt verwerken in kleding en tassen. Mandala’s haken is populair onder beginners én gevorderden, omdat je het patroon zo eenvoudig of zo uitdagend maakt als je zelf wilt.

Wat je nodig hebt voor mandala haken

Je hebt maar weinig materiaal nodig om te beginnen. Het belangrijkste is garen en een haaknaald die bij dat garen past. Voor een stevige mandala die z’n vorm behoudt als wandhanger, werk je het best met katoen. Katoen krult minder op dan acryl en heeft een mooie matte uitstraling. Kies een garen van 100% katoen in gewicht DK (of “dubbelknit”), dan combineer je die met een haaknaald van 3,5 tot 4 mm.

Wil je een luchtigere mandala, dan kun je ook meerdere kleuren acrylgaren combineren. Dat is goedkoper dan katoen en er is een enorme kleurkeuze. Nadeel: acryl voelt iets minder stevig aan en kan na verloop van tijd wat pluizen. Voor je eerste mandala is een pakket met voorgeselecteerd garen handig, zodat de kleuren al op elkaar zijn afgestemd.

Verder heb je nodig:

  • Een stomp haaknaaldenpakketje of losse naald in de juiste maat
  • Een schaar
  • Een tapijtnaald (ook wel: borduurnaald) om draadeinden weg te werken
  • Speldenbordje of foam mat en roestvrije spelden, als je de mandala wilt blokken (opstijven)

De basisstructuur van een gehaakt mandalpatroon

Een mandala begint altijd vanuit het midden. De meeste patronen starten met een magische ring (ook wel: verstelbare lus). Je wikkelt de draad twee keer om je vingers, haakt een aantal lossen in die ring en trekt hem daarna strak. Zo krijg je een gesloten middelpunt zonder gat.

Vanuit die eerste ronde bouw je steeds verder. Elke ronde voeg je steken toe, waardoor de schijf groter wordt. De typische steken die je tegenkomt in een mandalpatroon zijn: vaste steken, halve stokjes, stokjes en dubbele stokjes. Combinaties van die steken, samen met luchtlussen, vormen de herkenbare bloem- en stermotieven.

Een gemiddelde mandala van zo’n 25 tot 30 cm doorsnede heeft tien tot vijftien ronden. Bij elk kleurwissel knoop je een nieuw garen aan en werk je de eindjes netjes weg aan de achterkant. Dat wegwerken kost tijd, maar is bepalend voor een nette afwerking.

Mandala haken als beginner: welk patroon kies je?

Begin met een patroon dat alleen stokjes en luchtlussen gebruikt en maximaal zes kleuren heeft. Patronen voor beginners beschrijven elke ronde apart en vermelden hoeveel steken je aan het einde van die ronde moet hebben. Dat is handig als controlemiddel: klopt je stekenantal niet, dan weet je meteen dat je ergens een fout hebt gemaakt.

Een veelgemaakte beginnersfout is het overslaan van een verhoogsteek aan het begin van een ronde. In de meeste patronen telt die verhoogsteek als eerste steek van de ronde. Lees het patroon goed door voor je begint, want niet elk patroon werkt hetzelfde.

Haakpakketten zijn een goede keuze als je voor het eerst een mandala maakt. Je ontvangt dan het patroon én het bijpassende garen in de juiste kleuren en hoeveelheden. Zo heb je geen onzekerheid over hoeveel garen je nodig hebt en of kleuren bij elkaar passen. Webwinkels die gespecialiseerd zijn in haakpakketten bieden vaak ook oceaan- of bloementhema’s aan, zoals een “ocean breeze”-variant met blauwen en turquoises.

Afwerking en ophangen van je mandala

Als je de laatste ronde af hebt, trek je de draad door de laatste steek, knip je af en werk je het eindstuk weg. Dan is de mandala technisch klaar, maar vaak nog niet helemaal vlak. Haken gaat met de hand, waardoor kleine ongelijkheden normaal zijn.

Blokken maakt het verschil. Je legt de mandala in lauw water, knijpt het overtollige water er voorzichtig uit (niet wringen) en speld je de mandala op een foam mat in de juiste vorm. Meet met een liniaal of het geheel symmetrisch ligt. Laat hem minstens 24 uur drogen. Na het drogen houdt de mandala zijn ronde vorm en liggen de steken mooi gelijkmatig.

Om de mandala op te hangen, rij je een stukje garen of een dun touwtje door een van de buitenste steken en bevestig je het aan een haakje of een stokje. Een dun houten of bamboe stokje door de bovenkant geeft een mooi wanddecoratie-effect, helemaal als je er ook franjes van macramégaren aan toevoegt.

Veelgestelde vragen over mandala haken

Hoe lang duurt het om een mandala te haken? Dat hangt sterk af van de grootte en je ervaring. Een eenvoudige mandala van 20 cm maak je als beginner in drie tot vijf uur. Een grotere, gedetailleerdere versie van 35 cm kan makkelijk tien tot vijftien uur kosten.

Moet ik een vast patroon volgen? Niet per se. Als je de basissteken beheerst, kun je zelf experimenteren met extra luchtlussen of grotere steken. Bedenk wel: elke wijziging in het patroon verandert je stekenverhouding, waardoor de mandala kan omkrullen. Houd bij wijzigingen altijd bij hoeveel steken je per ronde hebt.

Welke haaknaaldmaat gebruik ik voor een platte mandala? Gebruik een naaldmaat die één stap kleiner is dan de garenfabrikant adviseert. Is het advies 4 mm, haak dan met 3,5 mm. Strakker haken voorkomt omkrullen.

Kan ik een mandala wassen? Katoenen mandala’s kun je wassen op 30 graden. Acryl was je het best met de hand of op een wolwasprogramma. Blok ze na het wassen opnieuw als je wilt dat ze perfect rond blijven.

Een goede mandala begint bij een duidelijk patroon, het juiste garen en geduld bij het wegwerken van draadeinden. Kies voor je eerste project een haakpakket met korte ronden en maximaal vijf kleuren. Dan heb je na een paar avonden haken al een mooi resultaat aan de muur hangen.