Sjaal haken: zo maak je hem stap voor stap
Een sjaal haken is een van de toegankelijkste projecten voor beginners en gevorderden. Met een haaknaald, wat garen en een basissteek heb je al snel een warme sjaal in handen. Hieronder vind je alles wat je nodig hebt om te beginnen, inclusief de juiste materialen, een stappenplan en veelgemaakte fouten die je kunt vermijden.
Wat heb je nodig om een sjaal te haken?
Voordat je begint met sjaal haken, verzamel je drie dingen: garen, een haaknaald en een schaar. De dikte van je garen bepaalt welke maat haaknaald je gebruikt. Op elke bol garen staat dit vermeld, maar als globale richtlijn geldt: dikker garen vraagt om een grotere naald.
- Dun garen (bijv. 4-ply of sokkengaren): haaknaald maat 2,5 tot 3,5 mm
- Middeldik garen (bijv. DK of sport): haaknaald maat 3,5 tot 4,5 mm
- Dik garen (bijv. chunky of bulky): haaknaald maat 5 tot 8 mm
Voor een eerste sjaal werkt dik garen prettig: het gaat snel, je ziet snel resultaat en de steken zijn goed te tellen. Kies acrylgaren als je het makkelijk wilt houden, of wol als je een extra warme sjaal wilt. Wol is iets lastiger te verwerken maar geeft een mooier eindresultaat.
Sjaal haken: de basissteken die je nodig hebt
De meeste sjaals worden gehaakt met luchtlussen en vastesteek of stokjes. Met alleen de vastesteek maak je al een mooie, stevige sjaal. Stokjes geven een luchtigere structuur die iets soepeler om je nek hangt.
Heb je nog nooit gehaakt? Dan is het slim om eerst een paar oefenrijen te maken voordat je aan de echte sjaal begint. Zo wen je aan de spanning van het garen en leer je hoe je de lussen oppakt zonder ze te laten uitlopen of juist te strak te trekken.
Voor een patroon op basis van vastesteek hoef je het volgende te beheersen:
- Een slipsteek maken (om je werk vast te zetten)
- Luchtlussen haken (de beginketting)
- Vastesteek haken
- Het werk keren aan het einde van een rij
Stap voor stap een sjaal haken
Stap 1: bepaal de breedte. Een gemiddelde sjaal is 15 tot 25 cm breed. Hoe meer luchtlussen je in je beginketting maakt, hoe breder je sjaal wordt. Maak een proeflapje van 10 lussen en meet hoe breed dat is. Zo weet je hoeveel lussen je nodig hebt voor jouw gewenste breedte.
Stap 2: maak de beginketting. Haak het benodigde aantal luchtlussen. Zorg dat je niet te strak haakt: de ketting moet soepel blijven, anders wordt de rand van je sjaal strakker dan de rest.
Stap 3: haak rij voor rij. Werk elke rij met vastesteek (of stokjes) van links naar rechts. Aan het einde van elke rij keer je je werk om en begin je een nieuwe rij. Houd bij elke rij een extra luchtlus als keerlus.
Stap 4: blijf steken tellen. Tel aan het einde van elke rij het aantal steken. Beginners verliezen vaak steken aan de zijkanten omdat ze de eerste of laatste steek overslaan. Controleer dit regelmatig zodat je sjaal recht blijft.
Stap 5: stop op de gewenste lengte. Een standaard sjaal is ongeveer 150 tot 180 cm lang. Houd je garen in de gaten: meet af en toe de totale lengte om te weten wanneer je kunt stoppen.
Stap 6: afknippen en inrijgen. Knip het garen af met een staartje van zo’n 15 cm. Trek dit resterende stukje garen door de laatste lus en trek aan om je werk vast te zetten. Rijg daarna de draadeinden weg met een tapestry needle of een haaknaald met grote opening.
Veelgemaakte fouten bij het haken van een sjaal
De sjaal wordt smaller of breder. Dit is de meest voorkomende fout bij beginners. Het komt doordat je per ongeluk steken toevoegt aan de zijkant of er een overslaat. Tellen helpt, maar ook: houd je haakwerk gelijkmatig vast en kijk goed waar de eerste steek van elke rij zit.
De randen zijn ongelijk strak. Dit gebeurt als je de spanning van je garen wisselt. Probeer altijd met dezelfde druk te haken. Leg je werk even neer als je merkt dat je gespannen bent, want dat zie je direct terug in je steken.
Te weinig garen. Een sjaal van 150 cm in vastesteek met middeldik garen vraagt al snel om 200 tot 300 gram garen, afhankelijk van de breedte. Koop liever één bol te veel dan één te weinig, want garenpartijen kunnen per kleurnummer van partij tot partij licht afwijken in kleur.
Gevorderd: meer variatie in je sjaal
Zodra je de basissteken beheerst, zijn er veel manieren om je gehaakt sjaal interessanter te maken. Denk aan het wisselen van kleuren voor strepen, het combineren van vastesteek en stokjes voor een ruitpatroon, of het toepassen van de waaiersteek voor een iets ingewikkeldere structuur.
Een soepelere sjaal krijg je door meer stokjes te gebruiken in plaats van vastesteek. Stokjes geven meer hoogte per rij, wat de sjaal luchtiger maakt. Dit werkt goed met dunner garen als je een elegantere look wilt.
Met een beetje oefening haak je een sjaal in een paar avonden klaar. Begin met een recht model in vastesteek, let goed op je steken aan de zijkanten, en geniet van het eindresultaat dat je zelf gemaakt hebt.
Haken: alles wat je moet weten om te beginnen en verder te groeien
Breien: alles wat je moet weten om te beginnen en beter te worden
Knutselen: alles wat je moet weten om creatief aan de slag te gaan